Dit is het online theory pack bij het boek "Improviseren doe je zo!". Het bevat een downloadbaar pdf bestand en deze webpagina met oefeningen.

Basis theorieboek

Hoofdstuk 1 - Samenklank

1.1 Intervallen

In de linkerkolom hoor je eerst het interval. Daarna hoor je achtereenvolgens de onderste toon, de bovenste toon en nog een keer de samenklank. Je kunt tussendoor stoppen en zelf tonen zingen of spelen. In de rechterkolom hoor je een bekend muziekfragment dat begint met dit interval. Dit is een handig ezelsbruggetje om intervallen te herkennen.

VOORBEELD

Geen voorbeeld

VOORBEELD 

Geen voorbeeld

Oefeningen intervallen

Oefening 1

Benoem het interval dat je hoort. Zet het bestand na de eerste samenklank even op pauze en probeer beide tonen te zingen (of te selen op je instrument). Luister eventueel of er een bekend liedje is met dit interval. Daarna hoor je de onderste toon, gevolgd door de bovenste toon en daarna nog een keer beide tonen samen. Om het eenvoudiger te maken is de laagste toon steeds dezelfde (klinkend C)

Oefening 2

Benoem het interval dat je hoort. Zet het bestand na de eerste samenklank even op pauze en probeer beide tonen te zingen (of te selen op je instrument). Daarna hoor je de onderste toon, gevolgd door de bovenste toon en daarna nog een keer beide tonen samen.

Oefening 3

Bij deze oefening hoor je de begintoon en jij moet het gevraagde interval NAAR BOVEN zingen of spelen. De intervallen zijn achtereenvolgens :
1. kleine terts
2. klein septiem
3. grote secunde
4. overmatige kwart
5. kleine sext
6. klein septiem
7. rein octaaf
8. grote noon

Oefening 4

Bij deze oefening hoor je de begintoon en jij moet het gevraagde interval NAAR BENEDEN zingen of spelen. De intervallen zijn achtereenvolgens :
1. kleine terts
2. grote terts
3. grote secunde
4. grote sext
5. kleine sext
6. kleine secunde
7. reine kwint
8. overmatige kwart

1.2 Drieklanken

Een drieklank is een stapeling van twee tertsen. Je kunt dan de volgende drieklanken vormen

  • grote drieklank = grote terts + kleine terts
  • kleine drieklank = kleine terts + grote terts
  • verminderde drieklank = kleine terts + kleien terts
  • overmatige drieklank = grote drieklank + grote drieklank

Je hoort achtereenvolgens de grote drieklank ("majeur"), kleine drieklank (mineur), verminderde drieklank en overmatige drieklank

Hoofdstuk 4. Functies

In muziek onderscheiden we de functies

  • tonica (stabiel, toonsoort)
  • dominant (erg instabiel, wil oplossen)
  • subdominant (enigszins instabiel, wil oplossen, maar minder sterk dan dominant)

In het kinderliedje "Berend Botje" kun je de tonica en dominant functie horen, terwijl in "Zeg ken jij de mosselman ?" zowel functies tonica, dominant als subdominant hoorbaar zijn. Als je goed luistert dan merk je dat de functie onderstreept wordt door de onder de melodie gespeelde harmonie.

Hoofdstuk 5. Toonladders

5.1 De majeurtoonladder

De majeurtoonladder heeft als afstanden tussen de noten 1  - 1  - 1/2  - 1 - 1 - 1- 1/2. In de musical "The sound of music" komt deze ladder in het lied "do re mi" aan bod. Ook in Franstalige landen worden de notennamen aangeduid met do - re -mi -fa -sol - la - si - do. In Duitsalige landen komen de namen overeen met de Nederlandse aanduiding, behalve dat de onze noot B dan H heet en onze Bes B heet.

Theorieboek C majeurladder (1)

5.2 De mineur toonladders

De reine mineur ladder

De reine mineur ladder heeft als afstanden tussen de noten 1  - 1/2  - 1  - 1 - 1/2 - 1 - 1. Deze ladder heet ook wel de oorspronkelijk mineur ladder, puur mineur ladder, of de aeolische ladder. Merk op dat als je begintoon A kiest, deze ladder bestaat uit de tonen A, B, C, D, E, F en G. Dat zijn precies de tonen uit de C majeurladder. Daarom heten C majeur en A mineur elkaars parallel. Qua klank doet deze ladder nogal saai aan, zeker in vergelijking met de andere mineurladders.

Theorieboek A mineurladder rein

De dorische mineur ladder

De dorische mineur ladder heeft als afstanden tussen de noten 1  - 1/2  - 1  - 1 - 1 - 1/2 - 1. Deze ladder komt in de klassieke muziek theorieboekjes zelden voor, maar is een belangrijke ladder in de jazzmuziek. Door de karakterisieke verhoogde 6e toon uit de ladder klinkt de dorische ladder nogal vreemd.

Theorieboek A mineurladder rein

De harmonische mineur ladder

De harmonische mineur ladder heeft als afstanden tussen de noten 1  - 1/2  - 1  - 1 -  1/2 - 1 1/2 - 1. Omdat de 7e toon verhoogd is en de 6e niet is hier een interval van een kleine terts. Dat maakt deze ladder zo karakteristiek en dat geeft deze ladder een oosters, of arabisch gevoel.

Theorieboek A mineurladder harmonisch

De melodische mineur ladder

De melodische mineur ladder heeft als afstanden tussen de noten 1  - 1/2  - 1  - 1 -  1 - 1 - 1/2. Omdat zowel de 6e als  7e toon verhoogd zijn, lijkt deze erg op de majeurladder. Deze ladder klinkt van de mineurladders het meest euforisch.

Theorieboek A mineurladder melodisch

5.3 De kerktoonladders

In de Middeleeuwen werd in de Gregoriaanse, kerkelijke, muziek een nogal kleurloos toonsysteem gehanteerd gebaseerd op modi. In elke modus wordt gebruik gemaakt van slechts één specifieke toonladder en alle modi zijn gebaseerd op en terug te leiden naar één en dezelfde majeurladder.

De verschillende modi heten ionischdorischfrygischlydischmixolydischaeolisch en locrisch en ontstaan uit dezelfde majeurladder. Als we voor het gemak uit gaan van C majeur, dan krijgen we ionische ladder door de majeurladder van C vanaf begintoon C te spelen. De dorische ladder krijgen we door op de tweede toon, D, te beginnen en te vervolgen met de majeurladder van C. De frygische ladder krijgen we als we beginnne op de derde toon, namelijk E en vervolgens weer de majeurladder van C te spelen. Zo komen we tot zeven modi, waarbij de locrische ladder begintoon B heeft.

De stijlperiode binnen de jazzmuziek die eind '50 er jaren werd ingeluid door Miles Davis' album Kind of Blue heet "modale jazz" en grijpt terug op de modi uit de Middeleeuwse muziek.

5.3.1. De ionische ladder

De ionische ladder is de basisladder en is hetzelfde als de majeurladder, met toonafstanden 1 - 1 - 1/2 - 1 -1 - 1 - 1/2. We nemen ter orientatie als begintoon C.

Theorieboek C majeurladder (1)

5.3.2. De dorische ladder

De dorische ladder met als basisladder C majeurladder, krijgen we door op de tweede trap van C te beginnen, dus op de toon D. Vervolgens spelen we de toonladder van C, maar vanaf D. De (dorische) ladder die we zo krijgen heeft toonafstanden 1 -  1/2 - 1 - 1 - 1 - 1/2 - 1 . Een bekende jazz compositie die gebruik maakt van de dorische ladder is "So What" van Miles Davis (1959).

Theorieboek D dorisch

So What - Miles Davis

5.3.3. De frygische ladder

De frygische ladder met als basisladder C majeurladder, krijgen we door op de derde trap van C te beginnen, dus op de toon E. Vervolgens spelen we de toonladder van C, maar vanaf E. De (frygische) ladder die we zo krijgen heeft toonafstanden  1/2 - 1 - 1 - 1 - 1/2 - 1 - 1.

Theorieboek E frygisch

5.3.4. De lydische ladder

De lydische ladder met als basisladder C majeurladder, krijgen we door op de vierde trap van C te beginnen, dus op de toon F. Vervolgens spelen we de toonladder van C, maar vanaf F. De (lydische) ladder die we zo krijgen heeft toonafstanden  1 - 1 - 1 - 1/2 - 1 - 1 - 1/2.

Theorieboek F lydisch

5.3.5. De mixolydische ladder

De mixolydische ladder met als basisladder C majeurladder, krijgen we door op de vijfde trap van C te beginnen, dus op de toon G. Vervolgens spelen we de toonladder van C, maar vanaf G. De (mixolydische) ladder die we zo krijgen heeft toonafstanden  1 - 1 - 1/2 - 1 - 1 - 1/2 - 1.

Theorieboek G mixolydisch

5.3.6. De aeolische ladder

De aeolische ladder met als basisladder C majeurladder, krijgen we door op de zesde trap van C te beginnen, dus op de toon A. Vervolgens spelen we de toonladder van C, maar vanaf A. De (aeolische) ladder die we zo krijgen heeft toonafstanden  1 - 1/2 - 1 - 1 - 1/2 - 1 - 1 en is tevens bekend als de reine mineurladder van A.

Theorieboek A aeolisch

5.3.7. De locrische ladder

De locrische ladder met als basisladder C majeurladder, krijgen we door op de zevende trap van C te beginnen, dus op de toon B. Vervolgens spelen we de toonladder van C, maar vanaf B. De (locrische) ladder die we zo krijgen heeft toonafstanden  1 - 1/2 - 1 - 1 - 1/2 - 1 - 1 - 1.

Theorieboek B locrisch