Woody Woodpecker en timing

Swing is anno 2021 nog steeds de meest karakteristieke speelmanier binnen de jazzmuziek. Het is de stijlperiode die rond 1930 is ontstaan. Big Bands, zoals Count Basie, Duke Ellington, Glenn Miller, Benny Goodman, voerden toen de hitlijsten aan.

Meestal speelden ze bekende, losse songs uit Broadway musicals die waren gearrangeerd voor Big Band. Vaak met een vocalist en instrumentale solisten (vooral tenor sax) die improviseerden.

Kort door de bocht komt swing er op neer dat je twee achtste noten niet speelt zoals genoteerd, maar dat de eerste precies twee keer zo lang duurt als de tweede. Dat klinkt als ‘sjoe-bie-doe-bie-doe-bie-doe-bap‘. 

Swing speel je dus met een ‘triolenfeel’. Deze mix van 2-deligheid en 3-deligheid komt uit Afrika. In swing is dus heel goed de Afrikaanse component van jazzmuziek te horen. Afrikaanse trommelaars spelen namelijk vaak in een 12/8 maat. Daarin zit een 2-delige en een 3-delige component.

Benny Goodman, the ‘king of swing’

Er is niet één soort swing opvatting; swing wordt in verschillende periodes anders gespeeld. Hoe ouder, hoe meer ‘huppelend’. In modernere muziek klinkt swing juist breder en soms zelfs met bijna met gelijke achtsten. Een perfect gemiddelde is de speelmanier bij Count Basie.

Luister maar naar It’s oh so nice. Let eens op hoe de verschillende instrumentgroepen elkaar afwisselen als in een gesprek. Alsof ze met elkaar praten. Hoor je ook hoe de drummer de accenten van het koper meespeelt? Bijvoorbeeld tussen 0’42 en 0’46.

Het geheim van swing.

Swing moet ontspannen, ‘laid back’, klinken. Maar hoe krijg je dat nou voor elkaar? Wat mij enorm heeft geholpen is: ‘Tel met je voet in 2-en (in plaats van in 4-en)’. Heel wonderlijk, maar hierdoor ontstaat er meer ruimte in de muziek.

Die ruimte komt bijvoorbeeld goed van pas als je een kwartnoot op de 2e tel moet spelen en de eerste tel rust hebt. Het lijkt misschien heel makkelijk, maar het blijkt best lastig om kwartnoten op de tel spelen. Bij veel amateur bands hoor je dan ook vaak dat zo’n kwart op de 2e tel te vroeg wordt gespeeld.

Je kunt het beter aanpakken zoals … Woody Woodpecker. Bekijk even deze video vanaf 5’00 tot 5’10, dan snap je precies wat ik bedoel:

Als hij bij 5’07 van de berg valt, duurt het even voordat hij echt naar beneden valt. De tijd stopt als het ware heel eventjes. Zo moet je dat ook voelen bij die kwartnoot op tel 2. Tel 1 rek je helemaal op, zodat je zo laat mogelijk, maar nog net op tijd, op tel 2 speelt.   

Als je dit voelt, dan heb je het geheim door. Succes! 

De bands die ik zelf leid als dirigent kennen dit verhaal al lang. Heb jij misschien aanvullende tips over timing? Lukt het je om zo laat mogelijk op tijd te spelen met mijn tip? Waar loop je tegen aan? Laat het eens weten in het commentaarveld beneden… En je mag gerust mijn blogs delen met andere muzikanten voor wie dit interessant kan zijn. 

6 reacties op “Woody Woodpecker en timing”

  1. Jan Jakob Mooij

    leuk en nuttig, maar bij een slome beat is toch ook een fractie vóór de tel swingend….?
    hgr
    Jan jakob

    1. Hoi Jan Jakob,
      Bedankt voor je reactie. Timing hangt nauw samen met de groove waarover je speelt. In ieder geval wil je bij swing ‘zo laat mogelijk op tijd spelen’. Dus niet voor de tel, behalve bij een syncope. Maar er is altijd een simpele regel: als het lekker klinkt, dan is het goed.

  2. Beste Werner,

    Wanneer je de nootjes goed beheerst en rust in de muziek zoekt dan wil ik nog wel eens op de afterbeat, dus op de twee en de vier, mee tikken. Dat timed naar mijn idee ook lekker.

    Groeten, Nico.

    1. Hoi Nico,
      Bedankt voor je reactie. Inderdaad is de afterbeat heel belangrijk voor het ritme / de groove in jazz- en popmuziek. De harmonische wisselingen zijn echter bijna altijd op de zware maatdelen, tel 1 en 3. Daarom houd ik zelf vast aan voet op 1 en 3. Ik ben me daarbij wel bewust van tel 2 en 4, ik ‘voel’ ze.
      Voet op 1 en 3 geeft meer houvast, zeker als je complexere ritmes speelt en/of van blad leest. Gelukkig is er niet 1 waarheid, want iedereen is anders. Charlie Parker bijvoorbeeld speelde de meest ingewikkelde dingen in superhoge tempi zonder mee te bewegen. Zijn time gevoel was zo verankerd in zijn spel dat hij dat niet op een andere manier hoefde te bevestigen. Voor gewone stervelingen, zoals ik, helpt het om mee te tikken.

  3. Wat volgens mij ook goed helpt voor een beter feel: inderdaad in 2-en gaan tellen; maar dan niet de 1 en de 3: maar de 2 en de 4. Mindblowing.

    1. Hi René,
      Zie mijn reactie bij Nico. Inderdaad belangrijk om die afterbeat beter te leren voelen, maar bij lezen niet zo handig. Ieder zijn eigen voorkeuren, helemaal prima!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top